| Nymphaea |
|
|

A.J.M. Goudriaan, 1871-1945
|
De salonbakdekkruiser Nymphaea werd in 1917 gebouwd op de werf Conrad te Haarlem , naar een ontwerp van H.W. de Voogt, in opdracht van A.J.M. Goudriaan (1871-1945), mede-oprichter van de Rotterdamse rederij Van Nievelt & Goudriaan (NIGOCO).
Lengte: 30 m , breedte: 5 m , tonnage: ± 70, diepgang: 1.40 m . Oorspronkelijk uitgerust met twee 6-cylinder Standard benzinemotoren van elk 100 pk, tegenwoordig twee Daf-575 turbo dieselmotoren, elk 138 pk.
|
|
Tot aan de Tweede Wereldoorlog diende de Nymphaea als privéjacht voor Albert Goudriaan en zijn gezin. Het schip maakte vanuit zijn vaste ligplaats, de Veerhaven te Rotterdam, vele weekend- en vakantiereizen naar ondermeer Zeeland (Veere), de Waddeneilanden en de Oostzee. Van deze reizen hield Albert Goudriaan in diverse, gelukkig bewaard gebleven logboeken, nauwkeurig een verslag bij. Tot de opvarenden behoorden, naast zijn gezin (vrouw, zoon en dochter) en eventuele gasten, ook de vijfkoppige bemanning (kapitein, bootsman, kok en matrozen). Inrichting: salon, eigenaarshut, machinekamer (die zich ook nu nog in het midden van het schip bevindt), kombuis, en een aantal gasten- en personeelsverblijven. Het schip was van vele gemakken voorzien, zoals een ligbad, koud en warm stromend water, een open haard en zelfs een wijnopslagruimte.
|

Advertentie H.W. de Voogt in
De Watersport, 1919 |
|

Nymphaea na afbouw in het Spaarne, 1917
|

Voor de Scheveningse Pier, 1924
|
| |
|

Warmond, juli 1924
|

Terschelling, zomer 1927
In de kano: dochter Jopie Goudriaan
|
|
| |
| Ook voor meer officiële gelegenheden werd de Nymphaea regelmatig ingezet. Zo komt op 1 april 1922 koningin-moeder Emma aan boord voor een vaartocht van Vlaardingen naar Den Briel, ter gelegenheid van de viering van 350 jaar inname van Den Briel door de geuzen. Het is waarschijnlijk aan deze gebeurtenis te danken dat de Nymphaea wel eens (maar ten onrechte) wordt aangeduid als 'het jacht van koningin Emma'. |
| |

Vlieland, zomer 1995. Voorgrond: Zita
|

Rotterdam, Veerhaven, zomer 1997
|
| |
|

Amsterdam-Rijnkanaal, zomer 2001
|

Terschelling, zomer 2003
|
|
|
|
| |
| In 1941 wordt het schip gevorderd door de Duitse Kriegsmarine. In 1945 keert het in Nederland terug om verkocht te worden aan het loodswezen van Den Helder. Daar doet het onder de naam 'Onrust' tot 1950 dienst als inspectie- en hulpvaartuig betonning. Over de periode 1950-1960 weten we alleen via geruchten: het schip zou dienst hebben gedaan als home voor een groep Zeeverkenners, het zou zijn ingericht als hoerenkast, het zou een drijvende winkel in antiek zijn geweest. Begin jaren zestig duikt het op in Amsterdam onder de naam 'Lord Onrust'. De daaropvolgende decennia doen uiteenlopende eigenaren (een handelaar in kachels, een bouwkundige, een makelaar, een lerares) vergeefse pogingen om het steeds sterker verwaarloosde schip weer op te knappen. |

Hindeloopen, zomer 2004
|

Aquarel Hans van der Smissen, 2003
|
| |
|

Zoutkeetsgracht, zomer 2004, met Libelle
|

Achterkajuit
|
|
|
In 1979 ontdekt Dick Pels, de huidige eigenaar, het schip in de Houthavens van Amsterdam. Na aankoop geeft hij het zijn oude naam terug, en begint met hulp van vrienden en deskundige liefhebbers het project van de restauratie. Momenteel is het buitenaanzicht zoveel mogelijk hersteld naar de oorspronkelijke toestand, zij het dat delen van de oorspronkelijk mahoniehouten opbouw nu in staal zijn uitgevoerd. Binnen zijn de salon (betimmerd met Cubaans mahonie) en de eigenaarshut (inclusief hemelbed) nog redelijk in de oude staat bewaard gebleven. De Nymphaea ligt sinds de jaren tachtig als woonschip in de Zoutkeetsgracht (Westelijke Eilanden) te Amsterdam, en vaart van tijd tot tijd uit voor een dagtochtje of een langere vakantiereis in Nederland.
|

Deksalon
|

Dick klust
|
|
|

Achteruit door de brug
|

Pampus 2005 |
|
|
| Zie verder het geïllustreerde artikel in Yacht Vision 4(12), december 2004. |